“Cuba na Castro” – dinsdag 7 mei

“Cuba na Castro”

Lode Delputtebroers castro

De broers Fidel en Raul Castro zijn hoogbejaard, op de Cubaanse revolutie zit volop sleet. Desondanks blijft Cuba, het grootste eiland van de Caraïben, een communistische eenpartijstaat, de allerlaatste op het Westelijk Halfrond.

Hoe komt het dat Cuba, twintig jaar na de Koude Oorlog, nog altijd geen democratie geworden is?

Hoe hebben de broers Castro hun macht opgebouwd en wat verklaart dat ze die nog altijd stevig in handen hebben?

auto cubaTezelfdertijd zijn zowel Fidel als Raul de tachtig voorbij en lonkt onvermijdelijk de toekomst. Meerdere scenario’s doen de ronde over wat er na hen met Cuba zal gebeuren: de totale implosie, zeggen sommigen; een mili-taire staatsgreep, vrezen anderen; een zachte overgang, menen de optimisten. Of nog, de voortzetting van de revolutie, met jongere hoofdrolspelers?

Lode Delputte, buitenlandjournalist bij De Morgen en auteur van het boek ‘Cuba na Castro’, ging een tiental keren naar het eiland en naar Miami. Hij sprak er met alle Cubaanse actoren, zowel voor- als tegenstanders van het systeem, en brengt beeld en commentaar.

Praktisch:

– Dinsdag 7 mei om 20.00 uur
– Cultureel Centrum ’t Aambeeld, della Faillelaan 34, Aartselaar
– Inkom: € 7 (met DF-cultuurkaart: € 5)
– Je kan ter plaatse betalen

Woord van de voorzitter – De verdrongen kleur

Het woord van de voorzitter

“De verdrongen kleur”p10004442

Als je erover nadenkt is rood toch een verschrikkelijke kleur. Bij moord en doodslag, bij oorlog, bij slachten, zie je onvermijdelijk het beeld opdoemen van rood (bloed en vuur).

Een stier vindt rood zelfs een regelrechte oorlogsverklaring zodat hij woest en zonder aarzelen naar die rode lap stormt. Eigenlijk is het omdat met die lap gezwaaid wordt, maar dat houden we stil. Een rood licht, een rode vlag, in het rood staan, het betekent allemaal gevaar. Rood is de overheersende kleur van gevaars- en verbodsborden. Waarom denk je?

Een rode kaart krijg je na gewelddadig gedrag. Beerschotsupporters vinden rood trouwens een aartslelijke kleur en tot overmaat van ramp moeten zij de laatste maanden ook nog rood van schaamte rondlopen.

Rodehond, roodvonk, rodeloop, Rode Vaan, Rode Valken, het was voor mij vroeger zoals de plagen van Egypte. In mijn buurt kon ik niet buitenkomen of ik zag rood. De buren links en rechts waren rood en zelfs die aan de overkant waren rood. Wat zeg ik, gans de root was rood. Het waren goddelozen die niet naar de zondagsmis gingen, toch niet voor en na de oorlog. Tijdens de oorlog werden zij nochtans wel, schichtig rondkijkend, in de kerk opgemerkt. Denkelijk onder het motto: “Baat het niet, het schaadt ook niet.” Toen er geen bommen meer vielen, herpakten zij zich en konden zij terug roden zijn en fier opstappen in de 1 mei‑optocht.

En toch, vergissen wij ons niet in die roden? Hebben zij misschien tijdens hun recente herbronning ontdekt dat God een socialist is? Je kan alleszins niet ontkennen dat zij zich tijdens de begrotingscontrole heftig verzet hebben tegen het afschaffen van Pinkstermaandag als wettelijke feestdag. Zoals jullie weten was dat een voorstel van, niet te geloven C..&..

De socialisten als behoeders van de christelijke feestdagen. Na de opmerkelijke pauskeuze is deze bekering misschien zelfs miraculeus te noemen.

Rode rozen zijn bij nader inzien toch niet zo lelijk.

René De Ranter
voorzitter